Glas wordt gefused -versmolten- in een computergestuurde oven, omdat het heeeel langzaam moet worden opgewarmd én afgekoeld om breuk te voorkomen.
Het glas wordt eerst gesneden en naar wens op elkaar gelegd. Door te spelen met de hoogste temperatuur en het aantal minuten dat deze temperatuur wordt vastgehouden, wordt bepaalt hoever het glas met elkaar wordt versmolten.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen fullfuse, tackfuse en soms ook contourfuse.
Diverse materialen kunnen tussen of op het glas worden verwerkt, zoals transfers. Dit zijn afdrukken van bijvoorbeeld foto's gemaakt met glazuur die in het glas worden gesmolten.
Zodra een object gefused is, kan het ook nog worden geslumpt. Hierbij wordt het object op een relatief lage temperatuur in de oven op een mal gelegd. Het glas moet net warm genoeg zijn om het in de mal te laten zakken. Hierdoor neemt het glas de vorm van de mal aan.
Met deze technieken kunnen sieraden maar ook gebruiksvoorwerpen worden gemaakt. Ook gefused glas moet gecontroleerd, in een computergestuurde oven, worden afgekoeld om de stress uit het glas weg te nemen.
